dinsdag 26 februari 2019







Zeer religieus beeld - 2019 (in ontwikkeling)


Hoe komt het dat er in Nederland, in tegenstelling tot in de ons omringende landen, zoveel  afgewogen formele kunst wordt gemaakt? Veel Nederlandse kunst gaat over de beeldende middelen zelf: vorm, kleur, compositie, maat, verhoudingen, materiaalgebruik, textuur, handschrift, ruimte. Abstractie, reflectie op de kunsttraditie, architectonische vormen of dagelijkse gebruiksvoorwerpen, vertolken dikwijls de  hoofdrol. Kunst die op andere kunst reflecteert, kunst die je, 'anders naar de dingen laat kijken'? Waarom is er, en natuurlijk chargeer en veralgemeniseer ik nu, weinig plaats  voor verhaal, zielenroerselen, (grote) emoties, politiek, milieu of religie? 

Komt het door onze calvinistische volksaard? 'De Nederlander' houdt niet van franje en aanstellerij, en probeert tot  de essentie te komen. Mondriaan is een prachtig voorbeeld. Hij puurt zijn beelden zo ver uit dat uiteindelijk de abstracte kern overblijft. Maar aan zijn abstracte beeldtaal ligt zijn theosofische geloofsovertuiging ten grondslag. Zonder die overtuiging was Mondriaan niet tot zijn abstractie gekomen. Latere generaties gaan niet meer uit van de theosofie of een andere levensbeschouwing, maar borduren wel door op de abstracte vormentaal. 

In dit kader is het veelzeggend dat het surrealisme nauwelijks invloed heeft gehad in Nederland. De droom is het gebied van het irrationele, de schaduw, de diepere driften, de verbeelding, alles wat overdag onderdrukt is. Aspecten waarmee  je de Nederlandse moderne kunst niet mee associeert. Een jungiaans psychotherapeut die ik recent hierover sprak beweerde dat deze nadruk op de beeldende middelen een mannelijk benadering is. Kunstenaars die zo werken sluiten zich af voor het aardse, lichamelijke leven, voor hun vrouwelijkheid en schaduwkanten  Het leidt tot steriele kunst, kunst die niet schuurt, kunst zonder lijden, dood en verval.  

Wordt vervolgd